De toren

De toren van de kerk stamt uit de vijftiende eeuw en is vermoedelijk tegelijk met de kerk gebouwd, zoals dat in de Middeleeuwen gebruikelijk was. Twee kogels in het front van de toren worden toegeschreven aan "Bommen Berend", de bisschop van Munster, die in 1672 samen met Engeland, Frankrijk en de bisschop van Keulen oorlog voerden tegen de Verenigde Nederlanden. 

Om de kosten van het onderhoud te drukken werd de toren in 1864 voor het symbolische bedrag van 1 gulden aan de burgelijke gemeente verkocht. De Hervormde gemeente behield daarna het luidrecht en het recht van doorgang.
De totale hoogt van de toren bedraagt 45 meter, de eerste trans bevindt zich op 32 meter. 


In 1827 werd de toren gerestaureerd en kreeg hij zijn huidige karakteristieke koepel inplaats van een pyramide-vormige spits. Deze koepel werd vervaardigd door Albert Brouwer, timmerman te Meppel. 


In de koepel hangt ook het carillon dat in 1949 geplaatst werd en waarvoor geld bijeengebracht werd door veel bedrijven en de burgerij als dank voor de bevrijding op 13 april 1945. Het carillon bestaat uit 49 klokken en wordt regelmatig bespeeld door de stadsbeiaardier. Van de oorspronkelijke 3 luidklokken die oorspronkelijk in de toren hingen, maar die tijdens de bezetting waren gevorderd is slechts 1 exemplaar teruggevonden. Deze klok werd gegoten in 1611 en de klokkengieter kreeg daarbij de opdracht een "schone klok" te vervaardigen. Dat hij dit gedaan heeft kan men nog dagelijks horen. 


Veel legendes doen de ronde over de toren en zijn vaak historisch niet te controleren. Zo bestaat het verhaal dat op een mooie zomeravond men meende dat de koepel van de toren in brand stond. Toen echter de brandweer arriveerde werd ontdekt dat een grote zwerm muggen om de toren zwermde. Sindsdien worden de inwoners "Meppeler Muggen" genoemd. Om dit te illustreren staat er voor de kerk in de Hoofdstraat een bronzen plastiek.

 
 

Bert Hoevenberg Webdesign